Einde ‘slapend dienstverband’ in zicht?

 

Nu ook de advocaat-generaal bij de Hoge Raad vindt dat het in stand houden van een ‘slapend dienstverband’ eigenlijk niet meer kan, is het de vraag wat de Hoge Raad gaat doen met zijn advies. Een nogal belangrijk taak: werkgevers houden op dit moment duizenden dienstverbanden van langdurig zieke werknemers aan. Zij hebben mogelijk recht op soms forse transitievergoedingen.

Prejudiciële vragen over ‘slapende dienstverbanden’

Al tientallen werknemers hebben – soms gesteund door vakbonden – rechtszaken gevoerd tegen hun werkgever. De reden is dat zij weigeren in te gaan op het verzoek van de werknemer om een dienstverband te beëindigen. Tot nu toe tevergeefs: slechts in uitzonderlijke gevallen kon een rechter de werkgever verplichten tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De rechtbank Limburg heeft nu naar aanleiding van een door een werknemer aangespannen rechtszaak de Hoge Raad op 10 april 2019 een aantal vragen voorgelegd. Deze vragen gaan over het in stand houden van ‘slapende dienstverbanden’. Advocaat-generaal De Bock heeft op 18 september zijn advies aan de Hoge Raad uitgebracht over hoe deze op de vragen van de rechtbank Limburg moet antwoorden. De Hoge Raad hoeft dit advies overigens niet op te volgen.

Compensatie transitievergoeding

Op 26 februari 2019 heeft het kabinet de Regeling compensatie transitievergoeding in de Staatscourant gepubliceerd. Deze subsidieregeling heeft blijkbaar een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van het advies van de advocaat-generaal. Op grond van deze subsidieregeling kunnen werkgevers immers compensatie aanvragen voor transitievergoedingen die zijn uitbetaald aan werknemers die na langdurige ziekte (twee jaar) zijn ontslagen. Hoewel het aanvragen van deze subsidie pas vanaf 1 april 2020 kan, geeft het werkgevers wel de mogelijkheid om ook uitbetaalde transitievergoedingen in het verleden gecompenseerd te krijgen. Dit geldt voor dienstverbanden die zijn beëindigd vanaf 1 juli 2015.

Advies van de advocaat-generaal

Mede gelet op deze nieuwe subsidieregeling vindt de advocaat-generaal dat een werkgever in beginsel verplicht is om op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, een ‘slapend dienstverband’ te beëindigen. Zijn argumenten zijn:

  1. Het is inmiddels voor iedereen duidelijk dat de wetgever af wil van zogeheten slapende dienstverbanden.
  2. Het argument dat een werkgever ‘op kosten wordt gejaagd’ door de verplichte transitievergoeding gaat niet meer op nu werkgevers op grond van de Subsidieregeling Compensatie transitievergoeding compensatie kunnen vragen voor die kosten.
  3. De eis van ‘goed werkgeverschap’ brengt met zich mee dat een werkgever een werknemer niet in een ‘slapend dienstverband’ mag houden, met als enige reden om de betaling van de transitievergoeding te ontlopen.

Nu al laten controleren of u voor compensatie in aanmerking komt?

Als de Hoge Raad het advies overneemt zouden werknemers die nu in een slapend dienstverband zitten weleens ‘en masse’ rechtszaken tegen hun werkgevers kunnen beginnen. Met als doel het door de werkgever laten beëindigen van deze dienstverbanden. Ter compensatie van die uitbetaalde transitievergoedingen kunnen werkgevers dan weer subsidie aanvragen. Ondanks het feit dat werkgevers pas vanaf 1 april 2020 de subsidie kunnen aanvragen, kunnen zij al wel laten controleren of de reeds betaalde transitievergoedingen sinds 1 juli 2015 in aanmerking komen voor compensatie. Neem hierover contact op. Bel 088-838 13 81 of stuur een bericht:






* = verplicht veld | Het PNO Privacy Statement is van toepassing