Prinsjesdag 2019: belangrijkste subsidieplannen voor ondernemers

Prinsjesdag 2019 is achter de rug. De nieuwe begrotingsplannen en de bijbehorende miljoenennota zorgden dit jaar voor opvallend weinig spektakel. Echte grote verrassingen ontbraken. Sterker nog: veel van het nieuws dat werd verwacht, was erg algemeen, weinig concreet of ontbrak zelfs helemaal. Dit artikel doet een eerste greep uit de belangrijkste nieuwe subsidieplannen voor ondernemers.

WBSO wordt gebruikersvriendelijker

De WBSO is de belangrijkste subsidie voor bedrijven die werken aan innovatieve producten, productieprocessen, programmatuur of technisch-wetenschappelijk onderzoek. Tijdens Prinsjesdag 2019 is medegedeeld dat de regeling in 2020 wordt voortgezet met een ruimer budget. Daarnaast worden er een aantal aanpassingen gedaan die de regeling gebruiksvriendelijker maken voor de ondernemerspraktijk. Zie daarover het aparte WBSO-begrotingsartikel.

Energie- en milieu-investeringen (EIA en MIA-vamil)

2020 wordt een belangrijk jaar voor de nieuwe maatregelen uit het Klimaatakkoord. Voor ondernemers zijn de EIA en MIA-vamil de meest laagdrempelige stimuleringsregelingen voor investeringen in energiebesparende voorzieningen (EIA) en milieu-investeringen (MIA-vamil). Beide regelingen kunnen een flinke bijdrage leveren aan de Nederlandse klimaatdoelstellingen. Om die reden wil het kabinet de MIA-regeling in 2020 verbreden, door de huidige milieulijst aan te vullen met een aantal circulaire bedrijfsmiddelen. Het budget wordt verhoogd met 10 miljoen euro. Ook de EIA-regeling wordt in 2020 verbreed, en subsidieert dan niet alleen energiebesparing maar ook CO2-reducerende maatregelen (zoals investeringen in warmte-infrastructuur). Nadere details over de nieuwe investeringslijsten met subsidiabele voorzieningen voor de EIA en MIA volgen later dit jaar.

Andere energiesubsidies: SDE en TSE

De SDE+ is een populaire subsidie voor het produceren van duurzame energie. Zoals al eerder aangekondigd wordt de regeling in 2020 wordt omgedoopt tot de veel bredere SDE++. Er is dan niet alleen subsidie voor duurzame energie, maar ook voor CO2-reducerende technieken. Dit najaar wordt bekend gemaakt hoe de nieuwe regeling er precies uit gaat zien, en welke technieken voor subsidie in aanmerking komen. Overigens komt er eind oktober 2019 eerst nog een allerlaatste subsidieronde van de ‘klassieke’ SDE+ subsidie.

Minder bekend zijn de subsidieregelingen voor baanbrekende energie-innovaties, zoals de TSE-subsidies  en de DEI+ subsidie. De huidige regelingen worden verder gestroomlijnd en mogelijk verbreed naar CO2-reductietechnieken en ‘circulaire economie’. Deze subsidies zijn overigens niet bedoeld voor reguliere energieverbruikende bedrijven. Ze zijn met name interessant voor bedrijven die werken aan de ontwikkeling van nieuwe energietechnologieën (inclusief testen, experimenten, pilots of eerste toepassingen). Ook hiervoor wil het kabinet extra middelen beschikbaar stellen. Namelijk 60 miljoen euro voor de verduurzaming van de industrie, en innovaties rondom waterstof en CCUS, en daarnaast 35 miljoen euro voor innovatie en demonstraties in de elektriciteitssector.

Investeringsfondsen en Invest-NL

Hooggespannen waren de verwachtingen voor Prinsjesdag 2019 over een nieuw ‘mega-investeringsfonds’ van de overheid. Vorige maand lekten die plannen uit, en er werd stevig gespeculeerd over de omvang van het fonds (tot wel 50 miljard euro). Helaas biedt de miljoenennota nog geen enkele helderheid over dit fonds. Het kabinet gaat dit nu eerst ‘onderzoeken en bestuderen’ en bericht waarschijnlijk pas begin 2020 over de uitkomsten.

Meer concreet lijkt de voorgenomen oprichting van Invest-NL (al aangekondigd in 2017). Invest-NL wordt een overheidsfonds dat geen subsidies verstrekt, maar zich gaat richten op projectontwikkeling en het investeren in ondernemingen. De nadruk ligt daarbij op projecten die maatschappelijk gewenst zijn, maar waarvoor ondernemers lastig financiering kunnen vinden (door marktfalen of marktimperfecties). Het fonds moet in 2020 operationeel worden en krijgt een startkapitaal van 1,7 miljard en een vast budget van 10 miljoen euro per jaar. Tot die tijd kunnen ondernemers al gebruikmaken van het huidige ‘Toekomstfonds’, een verzameling financieringsinstrumenten, zoals het Innovatiekrediet, Vroegefasefinanciering (VFF), Dutch Venture Initiative (DVI) en de regeling Seed Capital.

Ook wil het kabinet de komende vier jaar nog een extra bedrag van 65 miljoen euro investeren in het stimuleringsbeleid voor start-ups en scale-ups via TechLeap.nl (een vervolg op Start-up-delta). Verder wil het kabinet meer begeleiding bieden aan exporterende bedrijven, en werkt het samen met ontwikkelingsbank FMO aan een aparte instelling voor internationale financieringsactiviteiten, met een budget van 800 miljoen euro voor internationale activiteiten.

Duidelijk is in ieder geval dat de overheid een grote ‘nieuwe start’ wil maken met het beleid voor bedrijfsfinanciering. Nog dit najaar komt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat met een ‘groeibrief’ over het versterken van het verdienvermogen op de lange termijn. Die brief zal ingaan op zowel financiële als niet-financiële maatregelen, via zowel publieke investeringen als door het bevorderen van private investeringen.

Conclusie?

Ondernemers zien Prinsjesdag 2019 misschien als een dag zonder veel ‘gouden koetsen’. De nieuwe kabinetsplannen zijn hoopgevend, maar tegelijkertijd ook wat teleurstellend. Ze bieden ondernemers nog weinig zicht op concrete kansen. Veel details ontbreken nog, en het kabinet gaat deze de komende tijd nader uitwerken. In de komende edities van de Subsidieflits blijft PNO u uitvoerig informeren over de verdere ontwikkelingen, nieuwe subsidiekansen en andere stimuleringsmaatregelen. U kunt natuurlijk altijd contact opnemen. Bel 088-838 13 81 of stuur een bericht:






* = verplicht veld | Het PNO Privacy Statement is van toepassing