TSE-subsidieronde voor haalbaarheidsstudies industrie

Innovatieve industriebedrijven met plannen voor een pilot- of demonstratieproject gericht op het kosteneffectief verminderen van CO₂-emissies, kunnen gebruik maken van de TSE-subsidie voor energiestudies. De recente aanvraagronde biedt interessante kansen voor de energie-intensieve en chemische industrie. Onder meer vanwege het nieuwe subsidieonderdeel ‘procesefficiëntiestudies’.

Doel en doelgroep van de subsidieregeling

Subsidieprogramma Topsector Energiestudies Industrie, zo luidt de naam van de subsidieregeling. De subsidies zijn bedoeld voor bedrijven in de industriesector (zowel mkb’s als het grootbedrijf). De regeling is vooral interessant voor bedrijven die zich (willen) oriënteren op een mogelijk pilot- of demonstratieproject rondom CO2-reductie, of op een ‘klimaatinvestering’ in de zin van de VEKI-regeling.

De subsidies zijn alleen bedoeld voor de voorbereidingsfase: het uitvoeren van een verkennende studie (meer daarover hieronder). De studie geeft de initiatiefnemer(s) een beter inzicht in de kansen en risico’s van het beoogde project. Deze subsidie is dus niet voor het daadwerkelijk realiseren van het onderzochte project (daarvoor bestaan vaak weer andere subsidieregelingen). De subsidie bedraagt (meestal) maximaal 500.000 euro per studie. Voordat we daar dieper op ingaan, vertellen we eerst nog iets over de verplichte subsidiethema’s, en geven we uitleg van het begrip ‘energiestudies’.

Wat wordt verstaan onder ‘energiestudies’?

Wat zijn nu eigenlijk de ‘energiestudies’ uit de naam van de subsidieregeling? Kort gezegd gaat het daarbij eigenlijk om vier verschillende soorten studies, namelijk: Haalbaarheidsstudies, Milieustudies, Vergelijkbare studies en Procesefficiëntiestudies. Die laatste categorie is overigens nieuw ten opzichte van eerdere aanvraagrondes. We geven per categorie een uitleg:

  • Een Haalbaarheidsstudie in de zin van deze regeling is een voorbereidende studie waarbij de haalbaarheid van een beoogd pilot-project wordt onderzocht. Over de beoogde pilot: dat moet een proefproject zijn, waarbij innovatieve CO2-reducerende maatregelen worden getest in een praktijkomgeving, én waarbij sprake is van R&D-werk en experimentele ontwikkeling.
  • Een Milieustudie is bedoeld als voorbereiding op milieu-investeringen die een bedrijf overweegt te doen. De te onderzoeken investeringen moeten betrekking hebben op een nieuwe techniek (geen R&D-werk) ten behoeve van een praktijktoepassing, bijvoorbeeld in het kader van een demonstratieproject voor de DEI+ subsidie. De studie onderzoekt de voorgenomen investeringen en geeft inzicht in de beste investeringsopties.
  • Ook de categorie Vergelijkbare studies draait om studies ter voorbereiding op milieu-investeringen in een demonstratieproject. Alleen moeten deze studies zijn gericht op investeringen die niet onder de algemene groepsvrijstellingsverordening vallen (zoals geavanceerde biobrandstoffen of CCU).
  • Ten slotte nog de Procesefficiëntie-studies: dit onderdeel is nieuw en met name interessant voor bedrijven die zich voorbereiden op een VEKI-project: grote milieu-investeringen in bewezen technologie met een terugverdientijd van meer dan vijf jaar. De studie verkent de (meer complexe) wijzigingen aan de bestaande bedrijfsprocessen die daarvoor nodig zijn, en moet uitsluitsel geven over de haalbaarheid van het beoogde investeringsproject.

Programmalijnen: om welke thema’s mag het gaan?

Om voor de bovenstaande studies een subsidie te kunnen aanvragen, moet er wel sprake zijn van plannen die goed passen binnen de officiële thema’s van de regeling. Die staan beschreven in een zestal programmalijnen (met bijbehorende onderwerpen en uitdagingen) en komen neer op:

  1. Sluiting van industriële ketens (MMIP 6). Deze programmalijn focust op innovaties in industriële ketens die ook goed kijken naar de ‘reststromen’. Daarbij ligt veel nadruk op recycling, inzet van biobased grondstoffen, circulaire kunststoffen, en op circulaire non-ferro metalen.
  2. Een CO2-vrij industrieel warmtesysteem (MMIP 7). Dit thema draait om het ‘ombouwen’ van de huidige energie- en warmtesystemen voor de industrie. De processen moeten CO2-vrij worden, efficiënter, zuiniger en duurzamer. Dit vraagt om innovaties op het gebied van procesefficiëntie, warmte-hergebruik (inclusief warmteopwaardering en -opslag), geothermie, toepassing van klimaatneutrale brandstoffen, en nieuwe systeemconcepten voor warmte en koude.
  3. Maximale elektrificatie en radicaal vernieuwde processen (MMIP 8). Centraal hierbij staat het klimaatneutraal maken van industriële processen. Bijvoorbeeld door innovaties rondom elektrische waterstofproductie, of via klimaatneutrale brandstoffen/moleculen (op basis van elektrochemische conversie). Maar ook nieuw te ontwikkelen elektrische apparaten en elektrisch aangedreven processen kunnen de mogelijkheden voor ‘elektrificatie’ verder vergroten. Ook is er aandacht voor flexibele ‘decentrale’ productieprocessen en andere radicale procesvernieuwingen.
  4. Carbon Capture, Utilization and Storage (CCUS). CCUS is een relatief jonge techniek die hier nog niet op grote schaal wordt toegepast. Daarom kan er nu subsidie worden aangevraagd voor studies naar nieuwe, grootschalige CCUS-pilots of demonstratieprojecten. De subsidieverstrekker zoekt vooral projecten binnen de energie-intensieve en chemische industrie (met inbegrip van waterstofproductie), bij glastuinders en afvalverbrandingsinstallaties.
  5. Overige CO2-reducerende maatregelen. Bij deze restcategorie gaat het om studies naar pilot- en demonstratieprojecten gericht op CO2-reducerende maatregelen in de industrie, die niet vallen binnen de bovenstaande programmalijnen 1 tot en met 4.
  6. Procesefficiëntie. Dit laatste onderdeel gaat specifiek over milieustudies ter voorbereiding op een VEKI-investeringsproject (zie ook de hierboven gegeven toelichting). Belangrijk hierbij: de studie moet worden uitgevoerd door een externe partij, eventuele eigen kosten bij de aanvrager worden niet gesubsidieerd, en de studie moet een ‘subsidiebehoefte’ hebben van minstens 50.000 euro.

Subsidiebedragen, budget en aanvraagtijdvak

De subsidie voor energiestudies kan oplopen tot 500.000 euro per aanvraag. Alleen voor studies naar CCUS-projecten is de subsidie maximaal 2 miljoen euro. De subsidie bestaat uit een bijdrage aan de kosten van de studie. Meestal vergoedt de subsidie maximaal 50% van de kosten, maar voor middelgrote en kleine bedrijven kan dat worden verhoogd (met respectievelijk 10% en 20%).

Wat betreft het aanvragen van deze subsidie: de huidige ronde loopt van 15 september tot uiterlijk 14 december 2021 (17:00 uur). Let op: aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, en kunnen worden ingediend zolang het budget reikt (7,5 miljoen euro). Wacht dus niet te lang!

Wat kan PNO voor u doen?

Is uw bedrijf actief in de industrie en wilt u meer weten over de TSE-subsidie voor energiestudies? Of zoekt u deskundige hulp bij de subsidieaanvraag? De experts van PNO hebben ruime ervaring met het aanvragen van subsidies op het gebied van klimaat, energie en industrie. Wij beschikken over verschillende expert-teams met gedreven specialisten, voor elke sector en elke denkbare innovatie. Leg ons vrijblijvend uw plannen voor, en we vertellen u graag meer over de mogelijkheden! Bel 088-838 13 81 of stuur een bericht:






    * = verplicht veld.
    Ja, ik wil de wekelijkse subsidienieuwsbrief ontvangen

    Ja, ik accepteer het   Privacy Statement