Bedrijfsleven doet aanbevelingen voor beter innovatiebeleid

De overheid is druk bezig met een grote vernieuwing van het Nederlandse innovatiebeleid voor de komende jaren. Terwijl de plannen steeds concretere vormen aannemen, komt nu ook het bedrijfsleven met een aantal suggesties en aanbevelingen.

Brief voor de Kamer

Ons land staat er goed voor als innovatieland, maar er is ook nog veel ruimte voor verbetering, zo vinden MKB-Nederland en VNO-NCW. In een recente brief aan de Tweede Kamer doen zij namens het bedrijfsleven diverse aanbevelingen ter verbetering van het Nederlandse innovatiebeleid.

Tien belangrijke innovatieonderwerpen

De aanbevelingen hebben betrekking op tien belangrijke innovatieonderwerpen:

  • de WBSO-regeling
  • missie-gedreven innovatiebeleid
  • samenhang wetenschaps- en innovatiebeleid
  • strategie voor Artificial Intelligence
  • innovatieve starters en scale-up’s
  • kennistransfer en valorisatie
  • proeffaciliteiten en Smart Industry
  • procesinnovatie bij het mkb
  • de overheid als launching customer
  • kennisverspreiding naar het mkb.

WBSO: wat zijn de aanbevelingen?

Een van de belangrijkste punten uit de brief is het ‘toekomstbestendig’ maken van de WBSO. Voor deze succesvolle stimuleringsregeling doen MKB-Nederland en VNO-NCW meerdere aanbevelingen:

  • de WBSO-definities en parameters zijn de afgelopen jaren nogal eens gewijzigd. Dat zorgt bij veel bedrijven elk jaar voor onzekerheid. Voor meer stabiliteit is een automatische aanpassing van de budgetsystematiek gewenst.
  • de WBSO is de afgelopen jaren te streng geworden voor digitale innovaties. Daarom is een nieuwe, betere ICT-definitie binnen de WBSO gewenst, en het bedrijfsleven moet daarover zijn mening kunnen geven.
  • de administratie bij de WBSO moet minder bewerkelijk worden, met name voor niet-loonkosten. Wellicht zijn er nog andere eenvoudige toedelingsmodellen denkbaar, naast de huidige ‘forfaitaire’ optie.
  • nieuwe innovaties komen tegenwoordig steeds vaker tot stand via samenwerking. De WBSO sluit niet goed aan op die trend. Meer aandacht daarvoor is gewenst, met name bij ketensamenwerking.

Overige aanbevelingen aan de overheid

Hieronder volgt een overzicht van de overige aanbevelingen uit de brief.

Bij het missie-gedreven innovatiebeleid na 2019 is een versobering van de PPS-toeslag ongewenst. Die toeslag moet juist toegankelijker worden voor het mkb. Ook kan de overheid het MIT-instrumentarium uitbouwen, en de nieuwe Kennis- en Innovatieagenda’s moeten concreet uitgewerkte kansen gaan bieden voor het mkb.

Het nationale wetenschapsbeleid bevat te weinig focus en moet beter worden afgestemd op het innovatiebeleid. Publieke en private partijen moeten elkaar aanvullen en versterken: als de publieke R&D achterblijft, kiezen  bedrijven eerder voor R&D in het buitenland.

De overheid moet investeren in het ontwikkelen en toepassen van Artificial Intelligence, want AI is vergelijkbaar met eerdere industriële revoluties en heeft een enorme impact op onze economie. Het Kabinet komt overigens nog voor de zomer met een ‘Nationale Strategie’ rondom AI.

Er moet een speciale fiscale regeling komen die private investeerders stimuleert om te investeren in innovatieve starters en scale-up’s. Daarbij liggen er met name kansen voor bedrijven die zich richten op sleuteltechnologieën, bijvoorbeeld op het gebied van biotechnologie.

Er is te weinig aandacht voor de kennisoverdracht van universiteiten naar het bedrijfsleven. Wenselijk is een ‘valorisatiepact’, met een matchingsregeling voor activiteiten uit het eerdere valorisatieprogramma, die wordt afgestemd met de TTT-regeling (Thematische Technology Transfer).

Meer aandacht en budget voor opschaling van innovaties via proef-faciliteiten en Field Labs. Bijvoorbeeld bij innovaties in het energiedomein, of bij digitale innovaties voor de maakindustrie (Smart Industry), zoals 3D printing, robotica, 5G en flexible manufacturing.

Voor procesinnovatie bij het mkb is nauwelijks aandacht binnen het huidige innovatiebeleid. De overheid moet dergelijke innovaties stimuleren door meer mogelijkheden voor haalbaarheidsstudies, subsidievouchers, of een vervolg op de inmiddels beëindigde IPC-regeling (Innovatie Prestatie Contracten).

De overheid zelf kan ook innovaties aanjagen als klant of ‘launching customer’. Die rol wordt vaak besproken, maar blijft in de praktijk nog weinig concreet. Zo zou de overheid veel vaker het SBIR-instrument moeten gebruiken rondom specifieke overheidsopdrachten waarop innovatieve bedrijven zich kunnen inschrijven.

De afstand tussen innovatieve koplopers en technologie-volgende bedrijven neemt toe. Daarom moeten brancheorganisaties zich meer gaan richten op kennisverspreiding van kennis- en onderwijsinstellingen naar technologievolgers binnen het mkb (bijvoorbeeld via ‘knowledge deals’).

Hoe nu verder?

De bovenbeschreven punten zijn geen wetsvoorstellen, maar ‘slechts’ adviezen aan de overheid. Het is dus lang niet zeker dat alle aanbevelingen worden overgenomen, al sluiten ze wel heel nauw aan op actuele discussies over beoogde beleidswijzigingen. En natuurlijk zijn VNO-NCW en MKB-Nederland organisaties met een krachtige lobby. Meer duidelijkheid over hun voorstellen verwachten wij eigenlijk pas rond Prinsjesdag. Maar als er al eerder grote ontwikkelingen zijn, dan hoort u dat van PNO!

Heeft u voor die tijd al vragen over het huidige en nieuwe innovatiebeleid en de mogelijke gevolgen voor uw bedrijf: de subsidie-experts van PNO helpen u graag verder! Wij zijn bereikbaar op 088-8381381 of via het onderstaande formulier.