Topsectoren werken aan ‘missiegedreven’ innovatiebeleid

Het Nederlandse topsectorbeleid is gericht op het aanjagen van innovaties binnen negen topsectoren. Het beleid wordt komend jaar flink omgegooid: dan wordt gestart met 25 nieuwe ‘missies’ rondom een viertal maatschappelijke uitdagingen: Energietransitie & Duurzaamheid; Landbouw, Water & Voedsel; Gezondheid & Zorg; en Veiligheid. De koerswijziging heeft grote gevolgen voor alle partijen die betrokken zijn bij belangrijke innovaties op de genoemde gebieden.

Aanleiding en start van het topsectorenbeleid

De topsectorenaanpak was in 2011 een nieuwe richting voor het Nederlandse bedrijvenbeleid (het beleid waarmee de overheid het bedrijfsleven wil laten bijdragen aan duurzaamheid, innovatie en economische groei). De nieuwe topsectorenaanpak legde de nadruk specifiek op negen sectoren: Agri&Food, Chemie, Creatieve Industrie, Energie, HighTech Systemen & Materialen, Logistiek, Life Sciences & Health, Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, Water & Maritiem.

Het achterliggende idee was simpel: deze sectoren leken de beste kansen te bieden om ons land naar de top van de wereldmarkt te brengen. Daarvoor waren uiteraard wel investeringen nodig, en nieuwe innovaties. En nieuwe samenwerkingen tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Er werd een integrale aanpak geformuleerd, er kwamen Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s), roadmaps en innovatieagenda’s. En nieuwe innovaties en onderzoeksprojecten konden worden opgestart!

Eerste tussenstand in 2017

In 2017 werd de balans opgemaakt van de eerste zes jaar topsectorenbeleid. De evaluatie was positief van toon, maar leidde ook tot veel kritische reacties. Het beleid zou veel te stroperig zijn, en nog maar weinig echt grote innovaties hebben opgeleverd. Ook zou de nadruk teveel liggen op de bestaande belangen van bedrijven, en niet op het oplossen van maatschappelijke problemen. Hoe dan ook, iedereen leek het er over eens te zijn dat het topsectorenbeleid toe was aan een nieuwe fase, met meer aandacht voor belangrijke maatschappelijk relevante onderwerpen -zoals klimaat, veiligheid en vergrijzing- en voor bepaalde ‘sleuteltechnologieën’ die daarbij goede oplossingen kunnen aandragen.

25 nieuwe missies rondom 4 grote uitdagingen

Begin mei 2019 presenteerde Staatssecretaris Mona Keijzer de aanzetten voor het vernieuwde -maatschappelijk relevante- topsectorenbeleid, in een Kamerbrief over het nieuwe ‘Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid’. Dat nieuwe beleid, voor de periode 2020-2023, draait om 25 gloednieuwe missies die zijn opgehangen aan vier grote maatschappelijke thema’s. Ze zijn opgesteld door acht ministeries (EZK, Defensie, IenW, LNV, JenV, SZW, OCW en VWS), in overleg met de topsectoren, kennisinstellingen, bedrijven, maatschappelijke organisaties en regionale overheden. Laten we eens inzoomen op de vier grote uitdagingen en de bijbehorende missies:

1. Energietransitie en Duurzaamheid

Dit onderwerp hangt nauw samen met het Klimaatakkoord en het Grondstoffenakkoord en zet in op de volgende missies:

  • een volledig CO₂-vrij elektriciteitssysteem in 2050
  • een CO₂-vrije gebouwde omgeving in 2050
  • een klimaatneutrale industrie met hergebruik van grondstoffen en producten in 2050
  • emissieloze mobiliteit voor mensen en goederen in 2050
  • een netto klimaatneutraal landbouw- en natuursysteem in 2050
  • volledig circulaire economie in 2050 (en halvering van het grondstoffengebruik in 2030).

2. Landbouw, Water en Voedsel

Bij dit thema gaat het om de volgende missies:

  • kringlooplandbouw (grondstoffenreductie, verwaarding van restproducten)
  • het systeem van landbouw en natuur is netto klimaatneutraal in 2050
  • het landelijk en stedelijk gebied in Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust in 2050
  • gezond, veilig en duurzaam voedsel met eerlijke prijzen voor boeren en ketenpartners
  • een duurzame Noordzee, oceanen en binnenwateren
  • Nederland als best beschermde en leefbare delta ter wereld, ook na 2100.

3. Gezondheid en Zorg

Deze uitdaging heeft als centrale missie: in 2040 leven alle Nederlanders tenminste vijf jaar langer in goede gezondheid, en zijn de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaal-economische groepen met 30% afgenomen, met verder:

  • minder ziektelast als gevolg van ongezonde leefstijl of ongezonde leefomgeving
  • meer zorg die is georganiseerd in de eigen leefomgeving (in plaats van zorginstellingen)
  • betere participatie van mensen met een chronische ziekte of beperking
  • betere kwaliteit van leven van mensen met dementie.

4. Veiligheid

Dit laatste thema omvat missies op het gebied van:

  • integrale aanpak van georganiseerde criminaliteit
  • maritieme hightech voor een veilige zee
  • veiligheid in en vanuit de ruimte
  • cyberveiligheid
  • genetwerkt optreden op land en vanuit de lucht
  • samen sneller innoveren voor een adaptieve krijgsmacht
  • data en intelligence van veiligheidsorganisaties
  • de veiligheidsprofessional als aantrekkelijk beroep.

De eerste indrukken

Het is goed om te zien dat het topsectorenbeleid wordt klaargemaakt voor een volgende fase. Dat vraagt in ieder geval om een bijstelling van de oorspronkelijke uitgangspunten en prioriteiten. Zeker, het Nederlandse bedrijfsleven is nu al vaak toonaangevend op internationale markten en kan doorgroeien naar de wereldtop. Maar behalve aandacht voor economische groei op internationale markten, moet er ook aandacht zijn voor maatschappelijke uitdagingen dichter bij huis. Het nieuwe missiegedreven topsectorenbeleid benoemt die uitdagingen, en vertaalt deze nu in concrete beleidsambities.

Toch zijn daarbij nog wel een paar lastige hobbels te nemen. Zo is er nog weinig duidelijkheid over de financiële middelen voor het nieuwe beleid. Want ambities kosten geld. En dan is het lastig als niemand de rekening wil betalen (zo zagen we ook al bij de onderhandelingen over het Klimaatakkoord).

Verder betekent de keus voor 25 missies in feite een verbreding van het huidige beleid. Het gevaar van teveel versnippering ligt dan al snel op de loer. Nieuwe overlegstructuren kunnen zinvol zijn, maar ook leiden tot vertragingen. Toch kan discussie over nieuwe inzichten nuttig zijn, want er zijn ook andere sectoren en maatschappelijke problemen en ontwikkelingen die om aandacht vragen.

Hoe gaat het nu verder?

Hoe dan ook, nu zijn eerst de topsectoren aan zet. Zij gaan op basis van de missiedocumenten van het Kabinet werken aan hun nieuwe Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA) voor de komende vier jaar. Het is de bedoeling dat die in juli 2019 gereed zijn, en van kracht worden in de periode 2020 tot en met 2023.

Volgende week in de Subsidieflits meer over sleuteltechnologieën

Een onderdeel van het nieuwe topsectorenbeleid is hier nog niet besproken: de nieuwe aanpak voor het stimuleren van zogeheten ‘sleuteltechnologieën’: technologieën die kunnen bijdragen aan het realiseren van de bovenstaande missies van het nieuwe topsectorenbeleid. Ook daarvoor is een nieuwe richting bepaald, die interessante kansen gaat bieden voor innovatieve bedrijven die werken aan doorbraak-technologieën en innovaties op het gebied van ICT, Kunstmatige Intelligentie, elektrificatie, fotonica, geavanceerde materialen en biotechnologie. In de subsidieflits van volgende week leest u meer hierover!

PNO helpt u graag verder!

Heeft u vragen over het bovenstaande artikel? Of wilt u weten hoe uw bedrijf nu al in aanmerking kan komen voor een subsidie binnen het huidige topsectorenbeleid? De top-teams van PNO helpen u graag verder! Wij zijn bereikbaar op 088-8381381 of via het onderstaande formulier.

Bovenstaand artikel is onderdeel van een tweedelige serie over het nieuwe ‘missiegedreven’ topsectoren- en innovatiebeleid voor het tijdvak 2020-2023. Lees hier het tweede deel van de serie: ‘Nieuw innovatiebeleid focust op sleuteltechnologieën’






* = verplicht veld | Het PNO Privacy Statement is van toepassing