Welke subsidies helpen Nederland verder te verduurzamen?

Nederland moet nog veel duurzamer worden, zo blijkt uit de begrotingsplannen voor 2023. Gelukkig gaat het niet alleen om belastingverhogingen en nieuwe verplichtingen, maar ook om aantrekkelijke subsidies. Dit artikel schetst een beeld van de laatste subsidieplannen op het gebied van energie, milieu en verduurzaming.

Positieve prikkels en negatieve prikkels

Om de klimaatdoelen te realiseren maakt het kabinet ook het komende jaar weer gebruik van positieve en negatieve prikkels. Bij negatieve prikkels gaat het om belastingverhogingen (bijvoorbeeld aanscherpingen van de CO2-heffing) en verplichtingen (zoals een energiebesparingsplicht voor bedrijven), terwijl positieve prikkels doorgaans zullen bestaan uit subsidies en andere stimuleringsmaatregelen.

Dit betekent dat bestaande regelgeving elk jaar kritisch onder de loep moet worden genomen. Bijvoorbeeld omdat de beoogde veranderingen op het gebied van CO2-reductie, verduurzaming en circulair ondernemen nog te langzaam verlopen. Het goede nieuws is dat dit kan leiden tot verruimingen van bestaande subsidieregelingen, of zelfs tot geheel nieuwe subsidieregelingen of interne ‘verdeelfondsen’ (zoals het Klimaatfonds, het Transitiefonds, het Mobiliteitsfonds).

Algemene subsidies voor ondernemers

De EIA (Energie-investeringsaftrek) en MIA (Milieu-investeringsaftrek) zou je kunnen zien als de twee belangrijkste generieke regelingen voor ondernemers die voordelig willen investeren in duurzame bedrijfsmiddelen. Omdat steeds vaker een beroep wordt gedaan op deze regelingen, wil het kabinet de budgetten structureel verhogen: het EIA-budget met 100 miljoen euro per jaar (naar 249 miljoen euro), en de MIA met 50 miljoen euro per jaar (naar 194 miljoen euro).

Minder generiek, maar minstens zo belangrijk voor de Nederlandse klimaatdoelen is de SDE++ (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie), een exploitatie-subsidie voor grootschalige opwekking van schone energie. In 2023 krijgt de regeling zogenoemde ‘hekjes’, zodat het beschikbare budget beter kan worden verdeeld over specifieke technieken. Dit verbetert de subsidiekansen voor projecten rondom bijvoorbeeld waterstofproductie, groen gas, en geavanceerde hernieuwbare brandstoffen. Ook wordt binnen de ‘hekjes’ de maximale subsidie-intensiteit verhoogd van 300 euro per ton CO2 naar 400 euro per ton CO2 zodat er meer ruimte is voor technieken met een hogere subsidie-intensiteit (zoals aquathermie, zonthermie en restwarmte).

Ten slotte zijn er ook plannen om groene investeringen door het mkb beter financierbaar te maken via garanties/borgstellingen. Hierbij denkt het kabinet aan de introductie van een nieuw onderdeel (‘BMKB-Groen’) binnen de huidige BMKB-regeling, met verruimde voorwaarden en garanties.

Industrie en circulaire economie

Speciaal voor de industrie zijn de afgelopen jaren diverse subsidieregelingen geïntroduceerd, om de sector te helpen bij grote investerings- en innovatieprojecten. De bovengenoemde EIA, MIA en SDE++ zijn óók voor industriebedrijven van groot belang. Maar zij kunnen ook een beroep doen op de VEKI (Versnelde klimaatinvesteringen industrie). Deze regeling wordt in 2023 voortgezet en geïntensiveerd met 28 miljoen euro extra budget vanuit het Klimaatfonds.

In 2023 moet ook de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI) van start gaan. Die nieuwe regeling gaat zich richten op grotere CO2-reducerende projecten met alternatieve/unieke technologie (zoals elektrisch kraken of groene chemie), die niet goed passen binnen bestaande subsidieregelingen. De regeling biedt onder meer kansen voor de ‘grotere uitstoters’ binnen de industrie.

Meer gericht op het ondersteunen van innovatieprojecten zijn de subsidieregelingen van het TSE-programma (Topsector Energie). Het gaat dan om de DEI+ (voor pilots en demonstratieprojecten), de MOOI (voor innovatieve energieoplossingen door consortia) en de HER+ (hernieuwbare energietransitie). Hiervoor komen ook in 2023 weer nieuwe aanvraagrondes. Belangstellenden kunnen hiervoor een beroep doen op de jarenlange ervaring van PNO, EGEN en PNO Chemistry.

Ook op het gebied van ‘circulaire economie’ zijn er verschillende plannen. Het kabinet wil dat ons land in 2050 volledig circulair is. Om daaraan bij te dragen wordt in 2023 gestart met subsidies voor grote circulaire ketendoorbraakprojecten (in aanvulling op de huidige subsidie voor circulaire ketenprojecten). Daarnaast start in de loop van 2023 een nieuw mkb-stimuleringsprogramma voor de ontwikkeling en opschaling van recycling. De exacte invulling daarvan is op dit moment nog niet bekend.

Verder wordt gewerkt aan de oprichting van een Klimaatfonds, een groot overheidsfonds waarvoor 35 miljard euro is gereserveerd voor de komende 10 jaar. Vooruitlopend op de start van het fonds doet het kabinet in 2023 al enkele grote investeringen, onder meer op het gebied van wind-op-zee (180 miljoen euro), warmtenetten (200 miljoen euro) en waterstof (146 miljoen euro).

Duurzaamheid in de gebouwde omgeving

Rondom het verduurzamen van gebouwen en het zorgen voor een goede (betaalbare) woningvoorraad zijn de afgelopen jaren diverse regelingen opgezet. In 2023 worden deze voortgezet, al dan niet met wijzigingen. Hieronder noemen wij kort enkele aangekondigde plannen en opvallende wijzigingen.

  • Er komt een nieuwe investeringssubsidie voor de aanleg van warmtenetten in de gebouwde omgeving: de Maatschappelijke Investeringssubsidie Warmtenetten (MIW).
  • De huidige Woningbouwimpuls-regeling voor grote woningbouwprojecten van gemeenten wordt verlengd tot 2033. De komende 10 jaar komt hiervoor in totaal 100 miljoen euro beschikbaar.
  • Het kabinet maakt in 2023-2024 in totaal 300 miljoen euro vrij voor een campagne om huishoudens te helpen bij het isoleren/verduurzamen van hun woning. Voor meer informatie zie het Nationaal Isolatieprogramma.
  • De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) wordt eenvoudiger gemaakt, om de regeling beter toe te spitsen op aanvragen vanuit corporaties en gemengde VvE’s.
  • De Subsidieregeling Renovatieversneller (SRV) wordt aangepast naar een subsidie voor procesondersteuning en matching van marktpartijen die op grote schaal (huur)woningen willen verduurzamen.

Transport, mobiliteit en infrastructuur

Ook rondom deze thema’s maakt de miljoenennota een onderscheid tussen overheidsinvesteringen, investeringssubsidies en innovatiesubsidies. Zo investeert de overheid miljarden extra in ‘mobiliteit’ (bijvoorbeeld voor de aanleg en verbetering van Rijksinfrastructuur, het beter bereikbaar maken van nieuwe woningen, en de aanleg van infrastructuur voor waterstof).

Wat betreft subsidieregelingen die ook in 2023 doorlopen kan worden gedacht aan:

  • de Stimuleringsregeling emissieloze bedrijfsauto’s (SEBA), een investeringssubsidie voor de aanschaf van schone elektrische bedrijfsvoertuigen
  • DKTI-Transport (Demonstratieregeling Klimaat Technologieën en Innovaties in Transport), met subsidies voor innovatieve projecten gericht op duurzaam vervoer
  • de Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB) voor investerings- en onderzoeksprojecten gericht op schonere bouwwerktuigen
  • de Tijdelijke subsidieregeling stimulering goederenvervoer per spoor, een tegemoetkoming voor goederenvervoerders die per spoor willen vervoeren
  • de AanZET, een investeringssubsidie voor de aanschaf van schone vrachtwagens.

Hoe nu verder?

De komende tijd zal in de Tweede Kamer druk worden gedebatteerd over de kabinetsplannen en bijbehorende budgetten. Pas daarna kunnen de aangekondigde wijzigingen worden omgewerkt tot nieuwe (of vernieuwde) subsidieregelingen. Uiteraard zal PNO (samen met onze zusterbedrijven EGEN en PNO Chemistry) u hiervan op de hoogte houden via onze websites en nieuwsbrieven. Heeft u nu al dringende vragen en kunt u niet wachten? Maak dan gebruik van het contactformulier hieronder. Wij kijken graag of wij u van dienst kunnen zijn!






    * = verplicht veld.

    Ja, ik wil de wekelijkse subsidienieuwsbrief ontvangen

    Ja, ik accepteer het   Privacy Statement