WBSO uitgelegd: Uw WBSO-opbrengst

In de artikelreeks ‘WBSO uitgelegd’ kunnen ondernemers lezen welke stappen ze moeten nemen om succesvol WBSO aan te vragen. Deze week: Wat levert de WBSO u op?

Welke kosten en uitgaven komen voor de WBSO in aanmerking?

Om te weten hoeveel de WBSO-subsidie (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) u oplevert, is het van belang eerst te weten welke kosten en uitgaven voor de WBSO in aanmerking komen. Er zijn twee soorten kosten die voor de WBSO in aanmerking komen, te weten:

  • Loonkosten: het vermoedelijke aantal uren dat de R&D-medewerkers in het project gaan besteden, vermenigvuldigd met het vastgestelde S&O-uurloon
  • Overige kosten en uitgaven: met ‘overige kosten’ bedoelt subsidieverstrekker RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) out-of-pocket kosten zoals kosten voor het laten maken van testopstellingen of voor grondstoffen om testen mee te doen. ‘Uitgaven’ zijn investeringen in een bedrijfsmiddel, zoals de aanschaf van een machine, bedoeld voor speur- en ontwikkelingswerk.

Bekijk ook de video

Hoe hoog is het WBSO-voordeel?

De WBSO-subsidie wordt verrekend als een korting op de af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen. De loonkosten samen met de ‘overige kosten en uitgaven’ vormen de grondslag voor deze afdrachtvermindering. Voor 2019 zijn de volgende WBSO-vergoedingen voorgesteld (deze zijn nog onder voorbehoud):

Loonkosten:

  • 32% over de eerste 350.000 euro aan loonkosten (voor starters geldt een percentage van 40%)
  • 14% over het resterende bedrag (idem voor starters).

Overige kosten en uitgaven:

  • Kosten en uitgaven forfait: Heeft de aanvrager bij zijn WBSO-aanvraag gekozen voor het forfait (de vaste vergoeding), dan komt er een bedrag bovenop zijn loonkosten. In feite krijgt hij een hoger S&O-uurloon:
    • Voor de eerste 1.800 uur krijgt hij een opslag van het S&O-uurloon van 10 euro.
    • Voor het overschot boven de 1.800 uur krijgt hij een opslag van het S&O-uurloon van 4 euro.
  • Werkelijke kosten en uitgaven: Wanneer de aanvrager ervoor kiest om zijn werkelijke kosten en uitgaven op te voeren, dan wordt het aanvullende bedrag op zijn loonkosten berekend op basis van de geschatte kosten en uitgaven die hij verwacht te gaan maken voor zijn S&O-project.

De keuze tussen het forfait en werkelijke kosten en uitgaven wordt voor een heel kalenderjaar gemaakt. De keuze bij de aanvraag van januari is dus bepalend voor het gehele jaar. Er is geen maximum gesteld aan het totale S&O-loon en de kosten en uitgaven waarover het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering wordt berekend.

Zelfstandigenaftrek

Zelfstandigen die minimaal 500 uur aan S&O hebben besteed in een kalenderjaar, mogen een vast bedrag aftrekken van hun inkomstenbelasting, de zelfstandigenaftrek. RVO stelt het bedrag van de zelfstandigenaftrek jaarlijks vast. Voor 2018 is deze aftrek 12.623 euro. Startende zelfstandigen kunnen een aanvullende S&O-aftrek krijgen. Deze aanvullende aftrek is 6.135 euro in 2018. Voor 2019 zijn deze bedragen nog niet bekend.

Zorg voor een optimale WBSO-aanvraag

Wilt u exact weten hoeveel de WBSO u in 2019 kan opleveren? Gebruik dan onze rekentool. Een optimale WBSO-aanvraag zorgt immers ook voor een optimale innovatiebox-afspraak. Wilt u samenwerken met PNO voor uw WBSO in 2019? In ons gratis adviesuur vertellen wij u of en hoe u optimaal kunt profiteren van de WBSO. Eerst wat meer lezen over de WBSO? Bekijk dan hier ons WBSO-magazine.

Volgende week: WBSO aanvragen. Hoe gaat dat in zijn werk?